Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Ontheffingsplicht voor bedrijfsschepen

Onderdeel van Ligplaatsenverordening gemeente Veendam 2009

1.. Het is verboden om binnen de krachtens artikel 2, lid 2, daartoe aangewezen gedeelten van openbaar water zonder ontheffing van burgemeester en wethouders met een bedrijfsschip ligplaats in te nemen of te hebben danwel beschikbaar te stellen. 2.. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid vervalt van rechtswege: indien in geval van nieuwbouw van een bedrijfsschip niet binnen 1 jaar na het onherroepelijk worden van de ontheffing ligplaats wordt ingenomen. Deze termijn kan op schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing met ten hoogste een half jaar worden verlengd door burgemeester en wethouders; indien in geval van een bestaand bedrijfsschip niet uiterlijk binnen twaalf weken na het onherroepelijk worden van de ontheffing met het betreffende bedrijfsschip ligplaats is ingenomen op de daartoe bestemde ligplaats. Deze termijn kan op schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing met ten hoogste twaalf weken worden verlengd door burgemeester en wethouders; 3.. In geval van het vergroten of substantieel wijzigen van een bedrijfsschip waarvoor een ligplaatsontheffing is afgegeven, is een nieuwe ontheffing als bedoeld in het eerste lid vereist. 4.. Bij een bedrijfsschip waarvoor een ontheffing als bedoeld in het eerste lid is verleend, is uitsluitend één bij het schip behorende bijboot, niet zijnde een recreatieschip, tot een maximum van 10 m² toegestaan, tenzij naar het oordeel van burgemeester en wethouders daartegen bezwaren bestaan die verband houden met de belangen die deze verordening beoogt te beschermen. 5.. Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt gesteld op de naam van de eigenaar van het bedrijfsschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het bedrijfsschip.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel