1.Onverminderd artikel 41, tweede lid van de wet, ziet het college af van afstemming, indien:
**a..** elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
**b..** het college daarvoor dringende redenen aanwezig acht, of;
**c..** indien er sprake is van verloop van een periode van één jaar na constatering van de gedraging.
2.Indien het college afziet van afstemming op grond van dringende redenen, wordt de jongere daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 8
Afzien van afstemming
Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ