In deze verordening wordt verstaan onder:
a.college
het college van burgemeester en wethouders
b. markt
de door het college ingestelde warenmarkt;
c. marktterrein
de openbare grond welke bij besluit van het college voor het
uitoefenen van de markthandel is aangewezen;
d. vergunninghouder
degene aan wie door het college ingevolge artikel 5 van deze
verordening vergunning is verleend om een standplaats in te
nemen;
e. standplaats
de aan een vergunninghouder toegewezen ruimte voor het uitoefenen
van de markthandel;
f. vaste standplaats
een standplaats die voor onbepaalde tijd aan een vergunninghouder
ter beschikking wordt gesteld;
g. dagplaats
een standplaats die per marktdag aan een vergunninghouder ter
beschikking wordt gesteld;
h. standwerken
de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen
verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting
probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
i. standwerkersplaats
de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te
standwerken;
j. wachtlijst
de lijst van gegadigden voor een vaste standplaats;
k.anciënniteitslijst
de lijst van vergunninghouders van vaste standplaatsen in
chronologische volgorde van de datum waarop de vergunning is
verleend;
l. marktmeester
de persoon die als zodanig door het college is aangewezen.
Hoofdstuk › PARAGRAAF 1:
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Marktverordening Winterswijk 2005