Naar hoofdinhoud
1.. Het lidmaatschap van de cliëntenraad eindigt met onmiddellijke ingang, naast periodiek aftreden, op het moment dat: a) een lid daar zelf om verzoekt; b) de colleges op grond van een gemotiveerd verzoek van de cliëntenraad een lid uitsluit van deelname aan werkzaamheden van de cliëntenraad. c) een lid geen uitkeringsgerechtigde meer is in de zin van het bepaalde in artikel 1 onder e 2.. Een verzoek, bedoeld in artikel 6 lid onder b kan slechts worden gedaan door de cliëntenraad, indien het betreffende lid de werkzaamheden en het overleg van de cliëntenraad ernstig belemmert. Hierbij is de volgende procedure van toepassing: a) de cliëntenraad stelt binnen veertiendagen na het besluit daartoe het betreffende lid schriftelijk op de hoogte van het verzoek aan het college; b) de colleges stellen het betrokken lid in de gelegenheid binnen vier weken zich schriftelijk te verweren, waarbij de colleges alle op het verzoek betrekking hebbende stukken ter beschikking stellen, alvorens het college een beslissing neemt; c) de colleges kunnen bepalen dat het betrokken lid in afwachting van de beslissing als bedoeld in lid 1 onder b zich van deelname aan alle of bepaalde werkzaamheden van de cliëntenraad moet onthouden; d) de colleges stellen cliëntenraad schriftelijk op de hoogte van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel