Indien het gestelde in, tweede lid, van toepassing is, gelden de
volgende bepalingen:
voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten
met waterspoeling, moet een doeltreffende rottingput met
een doeltreffende aansluitleiding naar die toiletten
aanwezig zijn, tenzij de faecaliën voor agrarische
bedrijfsdoeleinden worden gebruikt;
voor de opvang van faecaliën, afkomstig uit toiletten
zonder waterspoeling, moeten een doeltreffende beerput
zonder overstort, een doeltreffende gierput of een
doeltreffende rottingput met overstort aanwezig zijn,
alsmede een doeltreffende aansluitleiding tussen die
toiletten en de genoemde put, tenzij op andere zodanige
wijze wordt geloosd dat geen verontreiniging van water,
bodem of lucht kan optreden;
leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de
afvoer van afvalwater zonder faecaliën, alsmede
overstorten van rottingputten moeten zodanig lozen dat
geen verontreiniging van water, bodem of lucht kan
optreden;
leidingen voor de afvoer van hemelwater en voor de
afvoer van afvalwater zonder faecaliën mogen niet lozen
op een rottingput.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 3
Artikel 5.3.5
Nieuw Artikel
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Eersel 2010