Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 15.

De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht

Onderdeel van Nieuwe Erfgoedverordening gemeente Beverwijk 2010

1.. Het college kan een stads- of dorpgezicht aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en het college kan een zodanige aanwijzing wijzigen of intrekken. 2.. Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 3.. Op een besluit als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 4.. Het college stelt de gemeenteraad in kennis van het besluit tot aanwijzing, wijziging of intrekking van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 5.. Een overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 aangewezen stads- of dorpsgezicht of een beschermde structuur overeenkomstig het bepaalde in de provinciale Monumentenverordening Noord-Holland wordt niet aangewezen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 6.. De aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt geacht te zijn ingetrokken indien het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of overeenkomstig het bepaalde in de provinciale Monumentenverordening Noord-Holland inzake beschermde structuren. 7.. Met ingang van de datum waarop de eigenaar/gebruiker van een onroerende zaak de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 16 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht niet wordt geregistreerd, is artikel 16 van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel