**1..** Het college kan een stads- of dorpgezicht aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht en het college kan een zodanige aanwijzing wijzigen of intrekken.
**2..** Voordat het college over de aanwijzing, wijziging of intrekking een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie.
**3..** Op een besluit als bedoeld in het eerste lid is het bepaalde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
**4..** Het college stelt de gemeenteraad in kennis van het besluit tot aanwijzing, wijziging of intrekking van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
**5..** Een overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 aangewezen stads- of dorpsgezicht of een beschermde structuur overeenkomstig het bepaalde in de provinciale Monumentenverordening Noord-Holland wordt niet aangewezen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht.
**6..** De aanwijzing als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt geacht te zijn ingetrokken indien het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt aangewezen overeenkomstig het bepaalde in artikel 35 van de Monumentenwet 1988 of overeenkomstig het bepaalde in de provinciale Monumentenverordening Noord-Holland inzake beschermde structuren.
**7..** Met ingang van de datum waarop de eigenaar/gebruiker van een onroerende zaak de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikel 16 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het gemeentelijk stads- of dorpsgezicht niet wordt geregistreerd, is artikel 16 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5.
Artikel 15.
De aanwijzing tot gemeentelijk stads- of dorpsgezicht
Onderdeel van Nieuwe Erfgoedverordening gemeente Beverwijk 2010