De jongere moet erop kunnen vertrouwen dat de Raad zijn voorstel spoedig toetst aan de vereisten en een besluit neemt over de behandeling. Hierin voorziet het eerste lid. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet zo kort dat ze onvoldoende is om het voorstel te kunnen controleren. Verzoeken waarover de Raad niet bevoegd is, kan de Raad doorzenden naar het college. Dat zal met name gebeuren als het college bij het betreffende onderwerp wel bevoegd is.
Met het vierde tot en met zesde lid worden vooral waarborgen gecreëerd voor transparantie bij de afhandeling van een jongereninitiatiefvoorstel door de Raad. Op grond van het zesde lid wordt de verzoeker altijd schriftelijk meegedeeld wat er met het ingediende voorstel gebeurt.
Er is in deze modelbepalingen voor gekozen in het midden te laten hoe de Raad verder met het jongereninitiatiefvoorstel omgaat. Er is niet bedoeld dat de Raad altijd plenair het voorstel inhoudelijk moet behandelen. Het ligt wel voor de hand dat de volle Raad beslist over het te volgen traject, maar een besluit over een jongereninitiatiefvoorstel kan uiteraard ook in een raadscommissie inhoudelijk worden voorbereid. Ook kan de Raad van mening zijn dat nader onderzoek moet worden gedaan.