In het eerste lid is bepaald dat de raad de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie benoemt op voordracht van de selectiecommissie als bedoeld in artikel 5.
Artikel 81f van de wet noemt de met het lidmaatschap van een rekenkamer onverenigbare functies. Deze bepaling is in het tweede lid overgenomen en geldt derhalve ook ten aanzien van de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie. Alvorens tot benoeming over te gaan zal de raad moeten beoordelen of een kandidaat onverenigbare betrekkingen vervult, die aan de benoeming tot voorzitter of lid van de rekenkamercommissie in de weg staan.
In het derde lid is de zittingsduur bepaald. De raad heeft in zijn vergadering van 15 november 2005 bepaald dat de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie in principe worden benoemd voor een termijn van 4 jaar. Verder heeft de raad bepaald dat de zittingstermijn van de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie niet synchroon mag lopen met de zittingtermijn van de raad. Daarom is besloten de voorzitter en de leden die als eerste benoemd worden te benoemen voor een periode van 2 jaar.
Verder heeft de raad bepaald dat de maximale zittingstermijn 8 jaar zal zijn.
Dit betekent dat de voorzitter en de leden van de rekenkamercommissie één keer kunnen worden herbenoemd voor een periode van 4 jaar. Dit is vastgelegd in het vierde lid.
Een en ander betekent voor de voorzitter en de leden die als eerste worden benoemd dat zij maximaal 6 jaar zitting kunnen hebben in de rekenkamercommissie.