1.De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van het
bepaalde in artikel 10 door de beheerder.
Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de artikelen
13 en 14 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor opdracht aan het perso-
neel van de begraafplaatsen heeft verleend;
b.alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel van de be-
graafplaatsen de identiteit van het stoffelijk overschot heeft vastgesteld door
vergelijking van het op de kist of een ander lijkomhulsel vermelde registra-
tienummer met dat op een bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en geboortedatum van de overledene danwel levenloosgeborene bevat.
Artikel 15
Artikel 15
Onderdeel van Verordening op het gebruik en het beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen in de gemeente Heusden