In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer wordt aangeduid als een smartshop, headshop of growshop;
houder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon voor wiens rekening en risico een inrichting wordt geëxploiteerd;
leidinggevende: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of hun gevolmachtigde, voor wiens rekening en risico de inrichting wordt geëxploiteerd, alsmede de natuurlijke persoon die algemene of onmiddellijke leiding geeft aan de exploitatie van de inrichting;
bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met uitzondering van
1º. de directe gezinsleden van de houder;
2º.de personen van wie de aanwezigheid in de inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10a
Artikel 2:40a
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening