**1..** De burgemeester weigert de vergunning als:
**a..** de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een bestemmingsplan, projectbesluit of beheersverordening;
**b..** de leidinggevende van de inrichting niet voldoet aan de in artikel 2:40c gestelde eisen;
**c..** de houder binnen vijf jaar voor de aanvraag om een vergunning als bedoeld in eerste lid een inrichting heeft geëxploiteerd, die op grond van verstoring van het woon- en leefsituatie, dan wel op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gesloten is geweest.
**2..** De burgemeester kan de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel het woon- en leefklimaat in de omgeving van de inrichting, de openbare orde of de veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.
**3..** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
**a..** het karakter van de straat en de wijk waarin de inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
**b..** de aard van de inrichting;
**c..** de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse al blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
Hoofdstuk 2 › Afdeling 10a
Artikel 2:40e
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening