Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 3.

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Enkhuizen 2010

1.. De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet wordt voor degene in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft: voor de alleenstaande van 21 jaar bepaald op 2% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande van 22 jaar bepaald op 9% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder bepaald op 20% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder bepaald op 20% van de gehuwdennorm voor de jongere. 2.. De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet wordt voor degene die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft: voor de alleenstaande van 21 jaar bepaald op 1% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande van 22 jaar bepaald op 5% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder bepaald op 10% van de gehuwdennorm voor de jongere; voor de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder bepaald op 10% van de gehuwdennorm voor de jongere. 3.. Lid 1 sub a en b en lid 2 sub a en b zijn niet van toepassing ten aanzien van een jongere op wie artikel 6 van toepassing is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel