**1..** De toeslag als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet wordt voor degene in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft:
voor de alleenstaande van 21 jaar bepaald op 2% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande van 22 jaar bepaald op 9% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder bepaald op 20% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder bepaald op 20% van de gehuwdennorm voor de jongere.
**2..** De toeslag bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet wordt voor degene die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf in dezelfde woning heeft:
voor de alleenstaande van 21 jaar bepaald op 1% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande van 22 jaar bepaald op 5% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande van 23 jaar en ouder bepaald op 10% van de gehuwdennorm voor de jongere;
voor de alleenstaande ouder van 21 jaar en ouder bepaald op 10% van de gehuwdennorm voor de jongere.
**3..** Lid 1 sub a en b en lid 2 sub a en b zijn niet van toepassing ten aanzien van een jongere op wie artikel 6 van toepassing is.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 3.
Toeslagen
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren gemeente Enkhuizen 2010