Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

De aanwijzing tot gemeentelijk monument, gemeentelijk stads- of dorpsgezicht

Onderdeel van Monumentenverordening Gemeente Haarlemmermeer 2010

1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. 2.. Het college kan, al dan niet op aanvraag van belanghebbenden, een groep van onroerende zaken aanwijzen als gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. 3.. De gemeenteraad kan ter bescherming van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vaststellen of aanpassen als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. 4.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentencommissie. 5.. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. 6.. De aanwijzing kan geen monument, dan wel stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Holland.

Rechtspraak bij dit artikel