Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 12

Citeertitel

Onderdeel van Verordening Wet inburgering 2010 gemeente Heusden

De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering 2010 gemeente Heusden Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 9 februari 2010; De raad voornoemd, de griffier, de voorzitter, mw. drs. E.J.M. de Graaf drs. H.P.T.M. Willems Algemene toelichting De Wet inburgering (WI) treedt op 1 januari 2007 in werking en komt in de plaats van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) en de verschillende oudkomersregelingen. De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal. De inburgeringsplichtige kan naar eigen inzicht bepalen hoe hij zich wil voorbereiden op het inburgeringsexamen. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting). Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet inburgering gewijzigd. In deze wetswijziging wordt de vrijwillige inburgering en het persoonlijk inburgeringbudget opgenomen. Daarnaast is de inburgeringstermijn voor alle inburgeringsplichtigen gelijk getrokken tot 3,5 jaar, met uitzondering voor de inburgeringsplichtige die voorafgaand aan het inburgeringstraject in het kader van de Web een alfabetiseringscursus heeft gevolgd. Voor deze groep personen wordt de inburgeringstermijn verlengd met een periode van maximaal 2,5 jaar. Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtigen in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten die voortvloeien uit deze wet. Daarnaast hebben gemeenten de taak aan bepaalde groepen inburgeringsplichtigen een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Een inburgeringsvoorziening leidt inburgeringsplichtigen toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten aan inburgeringplichtigen die een mbo opleiding op niveau 1 of 2 volgen een taalkennisvoorziening aanbieden. Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van inburgeringsplichtigen handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen: Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI). Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningaan bijzondere groepen inburgeringsplichtigen en over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI). Regels over de informatieverstrekking aan inburgeringsplichtigen Artikel 8 WI bepaalt dat de gemeenteraad bij verordening regels vaststelt over de informatieverstrekking door de gemeente aan inburgeringsplichtigen. Het gaat dan om informatie over de rechten en plichten uit hoofde van de WI en informatie over het aanbod van inburgeringsvoorzieningen en de toegang tot die voorzieningen. Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen Het uitgangspunt van de wet is de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige om te bepalen hoe zij zich voorbereidt op het inburgeringsexamen. De gemeente ondersteund de inburgeringsplichtige door het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Met ingang van 1 november 2007 kan de gemeente aan alle inburgeringsplichtigen een aanbod doen. Wel is de gemeente verplicht om inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan te bieden aan alle asielgerechtigde inburgeringsplichtigden (oud- en nieuwkomers) en een inburgeringsvoorziening aan te bieden aan nieuw- en oudkomers die werkzaam zijn als geestelijk bedienaar ( artikel 19, tweede lid, Wi) Een inburgeringsvoorziening leidt toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. De inburgeringsplichtige en de vrijwillige inburgeraar is verplicht een eigen bijdrage van € 270,-- te betalen voor de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlandse taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid Wi). De vrijwillige inburgeraar kan na het afsluiten van het inburgeringstraject met een diploma in aanmerking komen voor restitutie van de eigen bijdrage. Voor asielgerechtigde inburgeringsplichtigen bestaat een inburgeringvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zes lid , Wi). De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen aan deze vier groepen. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld: De procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). De criteria die worden gehanteerd bij het doen van een aanbod aan inburgeringsplichtigen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI). De vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van de inburgeringsvoorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI). De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI). Het vaststellen van de bedrag van de bestuurlijke boete Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Artikelsgewijze toelichting In de Wet inburgering is het begrip “inburgeringsvoorziening”uitgebreid met “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel inburgeringvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel