Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 1 › PARAGRAAF 6

Artikel 2.1.6.13

HANDHAVING BIJ DIVERSE VORMEN VAN OVERLAST

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2005

1.. In het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat, de veiligheid van personen en goederen, de verkeersvrijheid of veiligheid en de gezondheid of zedelijkheid kan door politieambtenaren aan een persoon, die zich bevindt op een door de burgemeester aangewezen weg of plaats, gedurende de uren daarbij genoemd, het bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen. De aanwijzing van de burgemeester kan ook het gehele grondgebied van de gemeente Zandvoort betreffen. 2.. Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan: de burgemeester aan de persoon aan wie tenminste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het eerste lid, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste veertien dagen, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg, de plaats of het grondgebied, als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd; de burgemeester aan de persoon, aan wie eerder een verbod als bedoeld onder a is opgelegd, een verbod opleggen om zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste zes maanden, anders dan in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op de weg, de plaats of het grondgebied, als bedoeld in het eerste lid, gedurende de uren daarbij genoemd; 3.. De burgemeester beperkt en wijzigt het in het tweede lid, onder a en b genoemd verbod of de daarin genoemde termijn indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is. 4.. Het is verboden om zich te gedragen in strijd met een door de burgemeester opgelegd verbod als bedoeld in het tweede lid, onder a en b.

Rechtspraak bij dit artikel