Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 3 › PARAGRAAF 1

Artikel 2.3.1.8

EXPLOITATIEVERGUNNING HORECABEDRIJF

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2005

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een horecabedrijf te exploiteren. 2.. De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmingsplan. 3.. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon-en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf. 4.. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. 5.. De vergunning wordt in elk geval niet verleend indien de houder en/of leidinggevenden aan de volgende criteria voldoen: zij staan onder curatele dan wel zijn uit de ouderlijke macht of voogdij ontzet; zij hebben voor een inrichting met een Drank- en Horecavergunning de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet bereikt, dan wel voor een inrichting met een verlof alcoholvrije drank de leeftijd van achttien jaar nog niet bereikt. 6.. Een vergunning wordt niet verleend indien de houder en/of leidinggevende geen verklaring omtrent het gedrag kunnen overleggen, die ten hoogste drie maanden voor de vergunningaanvraag is afgegeven. 7.. De burgemeester kan de vergunning weigeren indien sprake is van het geval en onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. 8.. In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.5.1 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op één of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen voorzover deze zich op de weg bevinden over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras. 9.. Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de in het zevende lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van één of meer bij een horecabedrijf behorende terrassen weigeren: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan; indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. 10.. Het bepaalde in het achtste en negende lid geldt niet voorzover in het geregelde onderwerp is voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of Wegenreglement Noord-Holland 1970.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel