Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › AFDELING 4

Artikel 2.4.19

VERONTREINIGING DOOR HONDEN

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Zandvoort 2005

1.. De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: op enig gedeelte van de weg, met uitzondering van de goot van een rijbaan; in een plantsoen, op een groenstrook of een grasperk met uitzondering van de door het college aangewezen plantsoenen, groenstroken en grasperken; op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of sportvoorziening; op een andere door het college aangewezen plaats. 2.. Het in het eerste lid, aanhef en onder a. en b. bepaalde is niet van toepassing op een door het college aangewezen en als zodanig ingerichte hondenuitlaatplaats. 3.. De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden verwijderd.

Rechtspraak bij dit artikel