De volgende bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd:
Verzuimboete
Indien de belastingplichtige nadat hem een aangiftebiljet is uitgereikt de aangifte niet doet, of na een aanmaning om alsnog aangifte te doen niet binnen de in die aanmaning gestelde termijn doet, kan aan betrokkene, overeenkomstig artikel 67a van de Algemene wet op de Rijksbelastingen, een verzuimboete worden opgelegd. De boete kan gelijktijdig met het opleggen van de aanslag worden opgelegd.
Omvang boete.
De omvang van de verzuimboete bedraagt:
bij een eerste overtreding : 5 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag;
bij een tweede overtreding: 10 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag;
bij een derde en daarop volgende overtreding : 15% van de ambtshalve vastgestelde aanslag, steeds met een maximum van € 1.134,--.
Vergrijpboete
In de gevallen dat de aangifte opzettelijk niet is gedaan, onjuist of onvolledig is gedaan kan, overeenkomstig artikel 67d van de AWR, een vergrijpboete van maximaal 100% van de vastgestelde aanslag worden opgelegd. De boete kan gelijktijdig met het opleggen van de aanslag worden opgelegd.
Omvang vergrijpboete
De omvang van de boete bedraagt:
bij een eerste overtreding : 50 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag;
bij een tweede overtreding: 75 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag;
bij een derde overtreding : 100% van de ambtshalve vastgestelde aanslag.
Hoofdstuk IV
Artikel 21
Bestuurlijke boetes
Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004