Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 21

Bestuurlijke boetes

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke belastingen 2004

De volgende bestuurlijke boetes kunnen worden opgelegd: Verzuimboete Indien de belastingplichtige nadat hem een aangiftebiljet is uitgereikt de aangifte niet doet, of na een aanmaning om alsnog aangifte te doen niet binnen de in die aanmaning gestelde termijn doet, kan aan betrokkene, overeenkomstig artikel 67a van de Algemene wet op de Rijksbelastingen, een verzuimboete worden opgelegd. De boete kan gelijktijdig met het opleggen van de aanslag worden opgelegd. Omvang boete. De omvang van de verzuimboete bedraagt: bij een eerste overtreding : 5 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een tweede overtreding: 10 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een derde en daarop volgende overtreding : 15% van de ambtshalve vastgestelde aanslag, steeds met een maximum van € 1.134,--. Vergrijpboete In de gevallen dat de aangifte opzettelijk niet is gedaan, onjuist of onvolledig is gedaan kan, overeenkomstig artikel 67d van de AWR, een vergrijpboete van maximaal 100% van de vastgestelde aanslag worden opgelegd. De boete kan gelijktijdig met het opleggen van de aanslag worden opgelegd. Omvang vergrijpboete De omvang van de boete bedraagt: bij een eerste overtreding : 50 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een tweede overtreding: 75 % van de ambtshalve vastgestelde aanslag; bij een derde overtreding : 100% van de ambtshalve vastgestelde aanslag.

Rechtspraak bij dit artikel