In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet het
recht als volgt betaald worden:
In de gevallen waarin de invordering van het recht geschiedt door
Brabant Water N.V. moet het recht, genoemd in artikel 3, letter a
t/m letter d, betaald worden in maandelijkse termijnen, tegelijk met
en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag van het
verschuldigde wegens waterverbruik moet worden betaald.
In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid moet het recht,
genoemd in artikel 3, letter a t/m letter d, betaald worden in één
termijn welke vervalt veertien dagen na de dagtekening van het
aanslagbiljet.
Het recht, genoemd in artikel 3, letter e en f, is direct,
voorafgaande aan het verlenen van de dienst, invorderbaar.
Artikel 7.
Termijnen en wijze van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van reinigingsrechten 2011