Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 7

Indiening aanvraag voor medewerking

Onderdeel van Exploitatieverordening 1996

1.. Een belanghebbende kan bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag indienen voor medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden. 2.. Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts medewerking aan het, op aanvraag van exploitant, in exploitatie brengen van gronden krachtens een eploitatie-overeenkomst als bedoed in artikel 6, met dien verstande dat artikel 6, tweede lid, in dat geval niet van toepassing is. 3.. Bij de aanvraag dient in ieder geval te worden gevoegd: a. een nauwkeurige omschrijving van de in exploitatie te brengen onroerende zaken; b. gegevens, waaruit blijkt dat de belanghebbende genothebbende krachtens eigendom, bezit of berpekt recht van de in exploitatie te brengen onroerende zaken is of kan worden; c. gegevens omtrent de door belanghebbende te treffen (bouw)werkzaamheden. 4.. Ingeval door burgemeester en wethouders een aanvraag voor een bouwvergunning, eventueel in combinatie met een verozek om vrijstelling wordt ontvangen, waarbij in geval van verlening van de vrijstelling en/of bouwvergunning van gemeentewege voorzieningen van openbaar nut moeten worden getroffen, wordt hiervan zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de beslissing op de aanvraag mededeling gedaan aan de aanvrager. Daarbij zal een zo nauwkeurig mogelijke raming van de voor rekening van de exploitant komende kosten verband houdende met het in exploitatie brengen van gronden, worden verstrekt. Tevens zal daarbij aan de aanvrager de gelegenheid worden gegeven tot het indienen van een aanvraag voor medewerking. 5.. Het college van burgemeester en wethouders reageert op de aanvraag om medewerking, hetzij met een weigering, hetzij met de aanbieding van een concept-overeenkomst, binnen zes maanden na de dag waarop de aanvraag is ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel