Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 26 onder a en bvermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Hoofdstuk 5.
Artikel 26
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning