De vergunningen, ontheffingen, voorschriften of aanwijzingen
verleend of gegeven krachtens de door de inwerkingtreding van deze
verordening ingetrokken verordening, blijven van kracht totdat de
tijd, waarvoor ze werden verleend of gegeven, is verstreken of
totdat zij, met inachtneming van hetgeen terzake bepaald werd,
worden ingetrokken.