Naar hoofdinhoud
1.Met het opsporen van overtredingen van deze verordening zijn behalve de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van strafvordering aangewezen personen belast de in dienst van de gemeente zijnde ambtenaren, die door het bestuursorgaan zijn aangewezen. 2.Zo dikwijls de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, wordt hierbij de last verstrekt al dan niet besloten ruimten en plaatsen desnoods tegen de wil van de zakelijk gerechtigde te betreden: aan hen, die en voorzover zij door het bevoegde bestuursorgaan belast zijn met de uitvoering van bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening; aan hen, die en voorzover zij door het bevoegd gezag belast zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening; aan de opsporingsambtenaren, die en voorzover zij belast zijn met de opsporing van overtredingen van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. De in het tweede lid bedoelde last is te allen tijde uitvoerbaar. Het in het tweede lid bepaalde geldt niet ten aanzien van die ruimten waarvan het betreden dan wel binnentreden, buiten het geval van ontdekking op heterdaad, voor het opsporen van een strafbaar feit ingevolge het bepaalde in artikel 123 van het Wetboek van Strafvordering niet is toegelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel