Naar hoofdinhoud
1.Het is verboden zonder vergunning van het bestuursorgaan houtopstand te vellen of te doen vellen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit populieren of wilgen, tenzij deze zijn geknot; vruchtbomen en windschermen om boomgaarden; fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; kweekgoed; houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld; houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid van de Boswet, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt en ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are, ofwel in geval van rijbeplantingen, gerekend over het totale aantal rijen, niet meer bomen omvat dan 20; houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving op last van het bestuursorgaan, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 6 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel