**1.** In deze verordening wordt verstaan onder
a. de wet: de Wet werk en bijstand (Staatsblad 2003, 375)b. wet Suwi: de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen (Staatsblad 2001, 692)c. Win: Wet inburgering nieuwkomers (Staatsblad 1998, 261)d. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veeree. belanghebbende: degene, waaronder ook wordt verstaan diens gezin, wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokkenf. fraude: het verwijtbaar informatie ach¬terhouden, of verwijtbaar onjuiste informatie ver¬strekken, met het doel een (hogere) uitkering te ontvangen anders als waar men op grond van de juiste en/of volledige informatie recht op zou hebbeng. inlichtingenverplichting: de in artikel 17 lid 1 van de wet genoemde verplichtingh. benadelingsbedrag: het bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als bijstandi. grens aangiftebedrag Openbaar Ministerie: het bruto uitkeringsbedrag waarvoor de gemeente is benadeeld door een belanghebbende en waarboven het college aangifte doet bij het Openbaar Ministeriej. recidive: het binnen een in deze verordening benoemde termijn opnieuw plegen van een verwijtbare handeling uit dezelfde of hogere categoriek. onverwijld uit eigen beweging: het via een daartoe beschikbaar gesteld formulier - het rechtmatigheidsonderzoekformulier (rof) of ander mutatieformulier - op de daarop opgenomen wijze en/of tijdstip mededeling doen van alle van belang zijnde feiten en omstandighedenl. norm: de som van de norm zoals genoemd in hoofdstuk 3, paragraaf 2 van de wet, de gemeentelijke toeslag en de periodiek bijzondere bijstand voor de algemene kosten van het bestaan, inclusief vakantiegeld, zonder rekening te houden met verlagingen als gevolg van schaalvoordelen wegens het kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan of met het ontbreken van kosten in verband met de woonsituatie of andere inkomstenkortingenm. werk boven uitkering: een intensief integraal traject gericht op het verwerven van arbeid waarbij het opdoen van werkervaring (arbeidsritme, arbeidshouding, arbeidsvaardig-heden), al dan niet in de vorm van werken met behoud van uitkering, een belangrijke component vormt en waarbij het aanwezigheidsvereiste van groot belang is;
**2.** Voor zover daar in deze verordening niet van wordt afgeweken, zijn de gehanteerde begrippen gelijk aan die in de wet.