**1..** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 36 van de wet komt voor de langdurigheidstoeslag in aanmerking de persoon van 23 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar die:
gedurende een referteperiode aangewezen is geweest op een laag inkomen;
gedurende een referteperiode niet meer dan geringe inkomsten uit of in verband met arbeid heeft ontvangen;
op de peildatum een niet meer dan bescheiden vermogen heeft;
geen zicht heeft op inkomensverbetering.
**2..** In afwijking van het eerste lid verleent het college op aanvraag een langdurigheidstoeslag aan een persoon van 23 jaar of ouder maar jonger dan 65 jaar die:
recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, en
voldoet aan het eerste lid, onderdelen a, b, voor zover het inkomsten uit arbeid betreft, c, en d.
**3..** Niet voor de langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de persoon die:
op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000;
naar het oordeel van het college gedurende de referteperiode onvoldoende heeft getracht algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen en aanvaarden.
Artikel 2
Doelgroep langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Hilversum 2009