Naar hoofdinhoud
Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, ligplaatsen en standplaatsen. Hier is niet voor de term “huisnummer” gekozen omdat bij een afgebakend terrein of ligplaats en standplaats niet kan worden gesproken van het nummeren van een huis. Het toekennen van nummers aan lig- en standplaatsen raakt meer in zwang, omdat woonschepen en woonwagens wettelijk worden beschouwd als woonruimte in de zin van de Woningwet. Veelal bestaat een gebouw uit verschillende zelfstandige delen. Voor een goede dienstverlening (postbezorging, brandbestrijding, politiehulp, ambulancediensten, etc.) is het noodzakelijk deze zelfstandige delen van een afzonderlijk nummer te voorzien. Uitgangspunt daarbij is dat achter de voordeur door de gemeente niet wordt genummerd. Kamers in verpleeghuizen, bejaardenhuizen, verpleegstershuizen, alsmede kantoorunits, ruimten ten behoeve van inwoning en dergelijke worden niet van gemeentewege genummerd. De in het eerste lid gehanteerde formulering sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Ook deze aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid van de Awb. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook opnieuw in ieder geval hoofdstuk 3 en 4 van de Awb van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). In het tweede lid is vastgelegd dat een object een toegekend nummer ook feitelijk moet dragen. Met het oog op de dienstverlening is het immers noodzakelijk dat de nummers ook ter plaatse terug zijn te vinden. Het derde lid bepaalt dat onder toekennen, zoals vervat in het eerste lid, tevens wijzigen en intrekken moet worden verstaan. Naar de huidige opvattingen impliceert toekennen dat men ook kan wijzigen en intrekken. Desondanks is dat bij de behandeling van beroep- en bezwaarschriften vaak een punt van discussie. Vandaar dat ervoor is gekozen om over de bevoegdheid tot wijzigen en intrekken een afzonderlijk lid op te nemen. Het derde lid verbiedt eenieder namen en nummers toe te kennen aan delen van de openbare ruimte door deze namen en nummers aan te brengen. Vooral het door de burgers aanbrengen van zelfbedachte nummers aan de bij hen in gebruik zijnde onroerende zaken is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Dat geeft verwarring en staat daardoor een goede “vindbaarheid”in de weg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel