De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand
volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de
maatregel aan de jongere is bekendgemaakt.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met
terugwerkende kracht worden opgelegd, voorzover de ingangsdatum
daardoor niet voor de datum van de gesanctioneerde gedraging
komt te liggen.