Naar hoofdinhoud
1.. Begraving mag slechts geschieden indien van te voren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.. Indien de begraving in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd en ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgifte termijn binnen de wettelijke grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de dan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere in artikel 14, tweede lid genoemde personen. 4.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op hele jaren. 5.. De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel