Naar hoofdinhoud

Artikel 3 -

Taak

Onderdeel van Verordening op de rekeningencommissie 2008

1.. De commissie onderzoekt de door burgemeester en wethouders overgelegde rekenings- en verantwoordingsstukken ter voorbereiding van de vaststelling van de rekening door de raad, als bedoeld in artikel 197 en 198 van de Gemeentewet. Het onderzoek betreft: het onderzoek naar de rechtmatigheid van de rekening; de beoordeling of het gevoerde beheer voldoet aan eisen van doelmatigheid. 2.. De door burgemeester en wethouders over te leggen stukken zijn: de concernjaarstukken van de gemeente, alsmede de dienstjaarstukken; de rekening en verantwoordingsstukken van gesubsidieerde instellingen en andere rekeningen, die voor vaststelling of goedkeuring door de raad in aanmerking komen. 3.. De commissie brengt van haar bevindingen en aanbevelingen bij het onderzoek verslag uit aan de raad. In dit verslag is een advies opgenomen ten aanzien van de vaststelling van de rekening. Het verslag is openbaar en wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van burgemeester en wethouders, die hun beschouwingen naar aanleiding van het verslag aan de raad voorleggen. 4.. De rekeningencommissie is, namens de gemeenteraad, belast met de selectie van de accountant, de opdrachtverlening en het tussentijds overleg over de voortgang en het resultaat van de werkzaamheden en doet daartoe zonodig voorstellen aan de raad. De benoeming van de accountant is voorbehouden aan de raad. De burgemeester tekent namens de gemeente, in goed overleg met de voorzitter van de rekeningencommissie, de opdrachtovereenkomst met de accountant. 5.. De rekeningencommissie vervult op verzoek van de raad en/of het college een adviesfunctie of klankbordfunctie. 6.. De griffier, de gemeentesecretaris, de portefeuillehouder financiën en een vertegenwoordiger van de rekenkamercommissie worden jaarlijks door de rekeningencommissie uitgenodigd voor het afstemmingsoverleg zoals bedoeld in artikel 4 lid 3 van de Controleverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel