Naar hoofdinhoud
1.0. Met betrekking tot de gemeentelijke belastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één roerende of onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1. de volle eigenaar of appartementsgerechtigde die in het Kadaster wordt aangemerkt als de voornaamste belanghebbende; 1.2. de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 1. de vruchtgebruiker c.q. de gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 2. de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 3. de erfpachter dan wel de beklemde meier; 1.3. degene die op andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter.

Rechtspraak bij dit artikel