De verordening wordt aangehaald als: Verordening Wet inburgering gemeente Hilversum 2010.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 31 maart 2010.
de griffier, de voorzitter,
K.E. Driehuijs E.C.Bakker
Algemene toelichting
Met ingang van 1 januari 2009 is de Wet inburgering (WI) gewijzigd. Op 1 januari 2010 wordt de Wet inburgering opnieuw gewijzigd. Het gaat om de volgende wijzigingen:
Het college van burgemeester en wethouders krijgt de bevoegdheid om aan iedere inburgeraar (inburgeringsplichtig of vrijwillige inburgeraar) een inburgeringsvoorziening aan te bieden.
Het college krijgt de mogelijkheid om een inburgeringsprogramma aan te bieden dat gericht is op het staatsexamen Nederlands als tweede taal. Deze wijziging heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2008.
Het college krijgt de bevoegdheid om in plaats van een inburgeringsvoorziening een taalkennisvoorziening aan te bieden aan de inburgeraar die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen.
De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening kan vaststellen, zonder dat daar een procedure van aanbieden van een inburgeringsvoorziening door het college en aanvaarding daarvan door de inburgeringsplichtige aan vooraf hoeft te gaan. De inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening.
De gemeenteraad stelt bij verordening regels op met betrekking tot het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan een vrijwillige inburgeraar. De regels hebben betrekking op de procedure die door het college wordt gevolgd voor het doen van een aanbod en de wijze waarop het college in overleg treedt met een vrijwillige inburgeraar om te komen tot een passende voorziening. Indien de vrijwillige inburgeraar het aanbod aanvaardt, sluit het college een overeenkomst met de vrijwillige inburgeraar.
De WI regelt de inburgeringsplicht voor in beginsel alle onderdanen van derdelanden van 16 tot 65 jaar die duurzaam in Nederland willen en mogen verblijven. Bij het invulling geven aan de inburgeringsverplichting staat de eigen verantwoordelijkheid (ook in financiële zin) van de inburgeringsplichtige centraal.. Aan de inburgeringsverplichting is voldaan wanneer het inburgeringsexamen is behaald (een resultaatsverplichting).
Gemeenten krijgen in de WI een aantal belangrijke taken toebedeeld. Zo hebben gemeenten de opdracht om de inburgeringsplichtige in de gemeente goed te informeren over de rechten en plichten. Een inburgeringsvoorziening leidt de inburgeringsplichtige toe naar het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en omvat het minstens eenmaal kosteloos afleggen van dat examen. In plaats van een inburgeringsvoorziening mogen gemeenten een taalkennisvoorziening aan de inburgeringsplichtige aanbieden, die een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 volgt of gaat volgen. Een taalkennisvoorziening is gericht op de verwerving van de kennis van de Nederlands taal die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een mbo-opleiding op niveau 1 of 2 (artikel 19, derde lid, WI).
Voor de asielgerechtigde inburgeringsplichtige bestaat een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening ook uit maatschappelijke begeleiding (artikel 19, zesde lid, WI).
De inburgeringsplichtige is verplicht een eigen bijdrage te betalen voor de inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening.
Ook moeten gemeenten de inburgeringsplicht van de inburgeringsplichtige handhaven. Het college moet een bestuurlijke boete opleggen als een inburgeringsplichtige zich verwijtbaar niet houdt aan de verplichtingen die voor hem gelden. Artikel 35 WI draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd. Artikel 34 van de wet bepaalt het bedrag dat ten hoogste als bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
In verband met deze taken draagt de WI gemeenten op om bij verordening regels te stellen over de volgende onderwerpen:
Regels over de informatieverstrekking door de gemeente aan de inburgeringsplichtigen, ter zake van hun rechten en plichten uit hoofde van deze wet, alsmede van het aanbod van en de toegang tot inburgeringsvoorzieningen (artikel 8 WI).
Regels met betrekking tot het aanbieden van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen en over de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld (artikel 19, vijfde lid, en artikel 23, derde lid, WI).
Het vaststellen van het bedrag van de bestuurlijke boete die voor de verschillende overtredingen kan worden opgelegd (artikel 35 WI).
Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, zonder dat eerst een aanbod wordt gedaan (artikel 19a, eerste lid, WI).
De bevoegdheid om een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening direct vast te stellen
Artikel 19a, eerste lid, WI geeft de bevoegdheid aan de gemeenteraad om bij verordening te bepalen dat het college een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening niet aanbiedt aan een inburgeringsplichtige, maar deze direct vaststelt. Indien de gemeenteraad van deze bevoegdheid gebruik maakt, kan het college niet een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening aan een inburgeringsplichtige aanbieden, waarbij deze de mogelijkheid heeft de aangeboden voorziening te weigeren. De inburgeringsplichtige is direct verplicht medewerking te verlenen aan de uitvoering van de vastgestelde voorziening (artikel 23, eerste lid, WI).
Het vaststellingstelsel kan niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd. Het college kan pas inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen direct vaststellen als de gewijzigde WI in werking is getreden én de gemeentelijke verordening die deze bevoegdheid aan het college toekent van kracht is.
Wanneer de gemeente kiest voor het vaststellingstelsel, geldt dat stelsel voor alle inburgeringsplichtigen die voor een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening in aanmerking komen. Het is niet mogelijk om voor bepaalde groepen te werken met het vaststellingstelsel en voor andere groepen met het aanbodstelsel. De keuze voor het vaststellingstelsel houdt dus in dat het aanbodstelsel (met uitzondering van de vrijwillige inburgeraars) wordt verlaten.
De WI draagt de gemeenteraden op om bij verordening regels te stellen met betrekking tot het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening. In de wet is ook vastgelegd over welke onderwerpen in ieder geval regels moeten worden gesteld. Het gaat om dezelfde onderwerpen als bij het aanbieden van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening (artikel 19a, tweede lid, onderdeel b, WI):
De procedure die door het college wordt gevolgd voor het vaststellen van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).
De criteria die worden gehanteerd bij het vaststellen van inburgeringsvoorzieningen of taalkennisvoorzieningen (artikel 19, vijfde lid, onderdeel a, WI).
De vaststelling door het college van een passende inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening, met inbegrip van de totstandkoming en de samenstelling van die voorziening (artikel 19, vijfde lid, onderdeel b, WI).
De rechten en plichten van de inburgeringsplichtige voor wie een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening is vastgesteld. Deze regels hebben in ieder geval betrekking op de hoogte van de eigen bijdrage, de inning van de eigen bijdrage door het college en de mogelijkheid van betaling in termijnen (artikel 23, derde lid, WI).
De procedure van het vaststellen van een inburgeringsvoorziening of taalkennisvoorziening
Het vaststellen van een inburgeringsvoorziening op taalkennisvoorziening begint met het houden van de intake. In de intake wordt met de inburgeringsplichtige gesproken over de voorziening die het college voor betrokkene geschikt acht. Er zijn vervolgens vier mogelijkheden:
In de intake blijkt dat het college aan de inburgeringsplichtige geen voorziening wil verstrekken. Het college stelt geen voorziening vast en kan een handhavingsbeschikking (voor de oudkomer) of een kennisgeving afgeven (voor een nieuwkomer);
De gemeente biedt een voorziening aan en de inburgeringsplichtige is het hiermee eens. De gemeente geeft een beschikking af;
De inburgeringsplichtige vindt de voorziening niet gepast en geeft aan zelf op een andere wijze aan de inburgeringsplicht te zullen voldoen. Het college stemt hiermee in en geeft een handhavingsbeschikking (voor een oudkomer) of een kennisgeving (voor een nieuwkomer) af;
Het college acht een voorziening geschikt, maar de inburgeringsplichtige wil deze voorziening niet. Het college heeft de mogelijkheid om de voorziening vast te stellen, tegen de zin van betrokkene in.
Het verschil met het aanbodstelsel schuilt in de laatste mogelijkheid. Een gemeente die het aanbodstelsel hanteert, is, als ze een aanbod doet afhankelijk van de medewerking van de inburgeringsplichtige. De inburgeringsplichtige kan immers het aanbod aanvaarden maar ook afwijzen. Een gemeente die het vaststellingstelsel hanteert, is niet afhankelijk van de bereidheid van de inburgeringsplichtige akkoord te gaan met de voorziening die het college voor de betrokken inburgeringsplichtige passend vindt.
In deze verordening Wet inburgering 2009 is de regeling neergelegd waarmee de gemeenteraad het college de bevoegdheid geeft inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen vast te stellen voor inburgeringsplichtigen, zonder dat eerst een aanbod aan de inburgeringsplichtigen wordt gedaan.
Artikelgewijze toelichting
NB: In de Wet inburgering is het begrip “inburgeringsvoorziening” uitgebreid met “taalkennisvoorziening”. In de hieronder staande toelichting worden beide begrippen waar mogelijk afzonderlijk genoemd. In een enkel geval wordt uit overweging van leesbaarheid het woord “voorziening” gehanteerd, waarmee zowel inburgeringsvoorziening als taalkennisvoorziening wordt aangeduid.