Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 5 leidt tot benadeling van de gemeente, doet het bestuur, onverminderd de mogelijkheid de bijstand, inkomensvoorziening, de voorziening of het werkleeraanbod af te stemmen en de ten onrechte ontvangen bijstand, inkomensvoorziening, voorziening of werkleeraanbod terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten.