Het havengeld wordt niet geheven terzake van:
vaartuigen in dienst van het rijk, mits daarop geen personen of koopmansgoederen tegen betaling worden vervoerd;
vaartuigen in dienst van een provincie, waarmede de in artikel 1 bedoelde wateren worden bevaren uitsluitend in verband met dienstbelangen;
vaartuigen in eigendom toebehorende aan en in gebruik bij de gemeente;
een roeiboot, behorende bij een vaartuig, waarvoor havengeld is verschuldigd;
hospitaalschepen, waarop van toepassing is het bepaalde in artikel I van de internationale overeenkomst van 21 december 1904, goedgekeurd bij de wet van 30 december 1905 (Staatsblad 383) betreffende aan hospitaalschepen te verlenen vrijstelling van rechten en heffingen.