Naar hoofdinhoud
1.. Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van het college, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. 2.. Het is de in het eerste lid genoemde personen verboden om zonder toestemming van de beheerder grafbedekkingen of gedenktekens op de begraafplaats op te richten, of andere werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten. 3.. Wanneer de in het eerste lid genoemde personen andere werkzaamheden op de begraafplaats verrichten, dienen zij dit vooraf aan de beheerder mee te delen, waarbij zij tevens de aard van de werkzaamheden meedelen. 4.. De beheerder kan toestemming verlenen om de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip uit te voeren. 5.. Wanneer op het gewenste tijdstip een uitvaartplechtigheid of andere plechtigheid plaats vindt, kan de beheerder de uitvoering van de werkzaamheden op het door de in het eerste lid genoemde personen gewenste tijdstip verbieden. Hij doet dit met de mededeling van het tijdstip waarop de werkzaamheden wel kunnen worden uitgevoerd. 6.. De beheerder ziet erop toe dat de in het eerste lid genoemde personen de begraafplaats netjes en verzorgd achterlaten op de plaats waar zij hun werkzaamheden hebben uitgevoerd. 7.. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 8.. Degenen die zich niet aan de in het zevende lid bedoelde aanwijzing houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 9.. Het is verboden op de begraafplaats: a. zowel buiten als op de verharde paden te rijden met motorvoertuigen of met bespannen rij- of voertuigen, anders dan voor een begrafenis of het vervoeren van materialen, en met een hogere snelheid dan 5 km. per uur; b. te fietsen, rijwielen aan de hand mee te voeren of rijwielen te stallen anders dan direct voor tijdens en direct na kerkdiensten en/of in de kerk plaatshebbende activiteiten; c. gedurende een dag vóór en tijdens teraardebestellingen op de begraafplaats, aldaar werkzaamheden te verrichten of materialen en dergelijke op de begraafplaats te vervoeren; d. spelen in welke vorm dan ook te bedrijven; e. op de grasperken te zitten of te liggen, de beplantingen te beschadigen of te bevuilen; f. op de zitbanken te liggen, te staan of deze op één of andere manier te beschadigen of te bevuilen; g. huisdieren onaangelijnd mee te nemen, aldaar te laten lopen of hun behoefte te laten doen; h. verwelkte bloemen, onkruid en dergelijke, anders dan in de daarvoor bestemde afvalbakken te deponeren; i. iets te doen of te laten, wat in strijd is met de eerbied die ter plaatse past. 10.. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in de aanhef en onder a van het negende lid.

Rechtspraak bij dit artikel