**1..** De aanvullende en nawettelijke uitkering worden blijvend geheel geweigerd indien het ontslag waaruit dat recht voortkomt is te wijten aan eigen schuld of toedoen van de betrokkene.
**2..** De aanvullende en de nawettelijke uitkering kunnen geheel of gedeeltelijk vervallen worden verklaard ten aanzien van de betrokkene als:
die nalaat het college op zijn verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mede te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald;
die zich zonder toestemming van het college in het buitenland vestigt of geacht moet worden aldaar duurzaam te verblijven;
die zich zodanig gedraagt dat hem ontslag zou zijn verleend als hij in dienst was gebleven;
achteraf blijkt, dat voor het aan de betrokkene verleende ontslag zich feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan, die, zo deze eerder bekend waren, aanleiding zouden hebben gevormd hem als ambtenaar met toepassing van artikel 8:13 van de CAR-UWO ontslag te verlenen.
**2..** De aanvullende en de nawettelijke uitkering komt geheel te vervallen indien betrokkene ter zake het niet naleven van de verplichtingen ingevolge artikel 24 van de WW wordt geconfronteerd met een blijvend gehele weigering van de uitkering ingevolge de WW.
**3..** Indien de uitkering ter zake het niet naleven van de verplichtingen ingevolge artikel 24 van de WW anders dan blijvend geheel wordt geweigerd, vervalt het recht op nawettelijke uitkering voor 50% van het uitkeringsbedrag.
**4..** Indien de uitkering ingevolge de WW gedeeltelijk of geheel aan de betrokkene wordt onthouden wegens het niet naleven van enige andere wettelijke verplichting wordt de getroffen sanctie evenredig toegepast op de nawettelijke uitkering.