.
Tot de duurzaamheidsmaatregelen worden gerekend:
warmtepomp (alle systemen);
zonnepanelen (alle systemen);
zonneboiler (alle systemen ten behoeve van huishoudelijk tap en cv water);
kleinschalige windturbine;
dakisolatie (met een minimale isolatiewaarde van RC ≥2,5 m².K/W);
vloerisolatie (met een minimale isolatiewaarde van RC≥2,5m².K/W);
gevelisolatie (met een minimale isolatiewaarde van RC≥2,5m².K/W);
spouwmuurisolatie (met een minimale isolatiewaarde van RC≥m².K/W);
leidingisolatie (met een minimale isolatiewaarde van RC≥m².K/W);
duurzame verwarmingsinstallatie (alle systemen);
ramen, deuren, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen, inclusief beglazing met een Ugl-waarde die kleiner of gelijk is dan 1,20 W/m²K;
energiezuinige ventilatievoorzieningen ;
warmteterugwinning via diverse installaties (bijvoorbeeld douchewater) (alle systemen);
energiezuinige pompen en ventilatoren;
voorzieningen voor de opvang of infiltratie van regenwater;
waterdoorlatende verharding op erf;
thermostatische mengkraan voor bad en douche;
waterbesparende douchekop;
waterbesparend toilet met maximaal 6 liter spoelbak met spoelonderbreker.
maatregelen aan de woning voor het verkrijgen van het certificaat “Politie Keurmerk Veilig Wonen bestaande bouw” (zoals beschreven op www.politiekeurmerk.nl).
De maatregelen als genoemd in lid 1, of maatregelen met vergelijkbare effecten, komen eerst in aanmerking als ze op zich dan wel gezamenlijk leiden tot minimaal één hoger energielabelniveau.
Het college kan de in het eerste lid vermelde duurzaamheidmaatregelen uitbreiden en/of inkorten.