.
Het college besluit aanvrager voor een Duurzaamheidslening voor te dragen indien uit de bij de aanvraag ingediende bescheiden blijkt dat met het treffen van de duurzaamheids-maatregelen aantoonbaar wordt bijgedragen aan een of meer van de hiernavolgende doelen:
een beperking van de energievraag, dan wel vermindering van de CO2 uitstoot;
het verhogen van het aandeel duurzame energiebronnen in de energievoorziening
van de woning.
2.Bovendien kan er alleen sprake zijn van een voordracht als is voldaan aan de regeling en het beschikbare budget niet wordt overschreden.