In de beleidsregels reïntegratie wordt vastgelegd welke
voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden
alsmede de voorwaarden die daarbij gelden, voor zover
daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn
opgenomen.
Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die
voortvloeien uit de Wet en deze verordening, aan een
voorziening nadere verplichtingen verbinden.
Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt
zijn verplichting als bedoeld in de artikelen 9,
eerste lid onder a en/of artikel 17 van de Wet niet
nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort
tot de doelgroep van de Wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van
deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de
voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
In de beleidsregels reïntegratie kan het college ten aanzien
van de voorzieningen, bedoeld in de artikelen 11 tot en met
20 nadere regels stellen. Deze regels kunnen betrekking
hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening
of -vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies
en premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van
voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
HOOFDSTUK 3
Artikel 10
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Reintegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2010