Het college kan aan de uitkeringsgerechtigde die
arbeid in deeltijd heeft of aanvaardt, waarmee een
inkomen wordt verworven dat minder bedraagt dat de
voor de uitkeringsgerechtigde van toepassing zijnde
norm, vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals
bedoeld in artikel 31 tweede lid onder o van de Wet
toekennen, waarbij het percentage en het
maximumbedrag worden bepaald op de in dit artikel
genoemde grootheden.
Het college kan aan de uitkeringsgerechtigde die
vrijwilligerswerk verricht en hiervoor van de
instelling een vergoeding ontvangt, maximaal 700
euro per jaar vrijlaten.
De aanvullende voorwaarden voor toekenning van de
vrijlatingen onder lid 1 en 2worden omschreven in de
beleidsregels reïntegratie.
De in lid 1, 2 en 3 genoemde vrijlatingen worden
toegekend op aanvraag van de uitkeringsgerechtigde.
HOOFDSTUK 3
Artikel 19
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Reintegratieverordening Wet Werk en Bijstand 2010