**1..** De rechten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, zijn verschuldigd
bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de
aanvang van de belastingplicht.
**2..** De belastingplicht vangt aan:
door vestiging op een perceel in de gemeente Ridderkerk,
waarbij geen sprake is van inwoning of verhuizing binnen de
gemeente;
door aanwijzing van een nieuwe belastingplichtige ingeval de
aanvankelijk aangewezen belastingplichtige verhuisd of
overleden is.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt
door verhuizing of overlijden, bestaat aanspraak op ontheffing voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde
belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de
ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.
**5..** Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige
binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel feitelijk in
gebruik neemt, waarbij geen sprake is van inwoning.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Voor
de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één
aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolrechten of andere heffingen
aangemerkt als één belastingaanslag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening rioolrechten 2008