Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking
tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat
een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de
precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de
horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is
bepaald.
De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt
gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een
om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben
van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de
openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening
van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van
die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich
gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval
bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het vijfde lid van
overeenkomstige toepassing is.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor
verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de
precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige
meest voordelige wijze.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de
berekening van de precariobelasting:
indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een
gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;
indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een
maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een
gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een
dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het
belastingtijdvak een langere periode dan een dag,
onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden
deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand
van het belastingtijdvak.