Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 3

Aanvraag parkeervergunning

Onderdeel van Parkeerverordening 2005

1.. Burgemeester en Wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op vergunninghouderplaatsen. 2.. Een parkeervergunning kan worden verleend aan: de eigenaar of houder van een motorvoertuig, wanneer deze volgens het gemeentelijke basisadministratiesysteem woont in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn (bewonersvergunning), dan wel; de rechtspersoon, die gevestigd is en/of het beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar vergunninghouderplaatsen aanwezig zijn (bedrijfsvergunning), dan wel; degene, die woont in een gebied waar vergunninghoudersplaatsen aanwezig zijn, ten behoeve van het parkeren van motorvoertuigen van degene die hem of haar bezoekt dan wel; het bedrijf, dat een motorvoertuig nodig heeft bij het verrichten van herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden, voor zover dit voertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie moet worden geparkeerd (onderhoudsvergunning), dan wel; de instantie met een zorgverlenende functie, zonder winstoogmerk (zorgvergunning); bezoekers van het uitzichtpunt Noetselerberg die 65 jaar of ouder zijn. 3.. Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan eigenaren of houders die niet voldoen aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden. 4.. Aan de vergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is. 5.. Burgemeester en Wethouders kunnen aan een vergunning nadere voorschriften of beperkingen, anders bedoeld als in het vorige lid, verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van beschikbare ruimte.

Rechtspraak bij dit artikel