**1..** Bij subsidieverlening als bedoeld in artikel 12, dient de subsidieontvanger vóór 1 juni van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, een financieel jaarverslag en een activiteitenverslag in en legt hij verantwoording af over de overige subsidieverplichtingen, zodat het college de subsidie kan vaststellen.
**2..** Indien de subsidieontvanger niet of onvoldoende aantoont dat de verplichtingen zijn nagekomen, deelt het college dit schriftelijk mee aan de subsidieontvanger. Hierbij vermeldt het college op welke onderdelen aanvullende informatie moet worden verstrekt. De subsidieontvanger krijgt in dat geval de gelegenheid om binnen drie weken na ontvangst van de mededeling de aanvullende informatie te verstrekken.
**3..** Het college stelt de subsidie vast vóór 1 oktober van het jaar volgend op het jaar waarop de subsidie betrekking had.
**4..** In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in het eerste en derde lid genoemde termijnen; in dat geval wordt de aanvrager daarvan gemotiveerd op de hoogte gesteld vóór het verstrijken van de termijn.