**1..** Op een schip dient te allen tijde een persoon aanwezig te zijn die
bekwaam is om de in het belang van deze verordening gegeven
aanwijzingen op te volgen.
**2..** De in het eerste lid genoemde persoon dient:
het schip naar een andere ligplaats te kunnen brengen;
te gedogen dat schepen op de zijde van het zijne liggend aan
zijn schip worden aangemeerd of over zijn schip toegang naar
of van de wal wordt verleend;
te gedogen dat trossen en lijnen van een schip dat in de
haven verhaald wordt, aan het zijne worden vastgemaakt;
**3..** In die gevallen, waarin niet aan het gestelde in het eerste lid kan
worden voldaan, dient voordat het schip verlaten wordt aan de
havenmeester te worden medegedeeld op welke wijze de in het eerste
lid genoemde persoon bereikbaar is.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2.7
Opvolgen aanwijzingen
Onderdeel van Havenverordening gemeente Ridderkerk 2007