Deze verordening treedt op 1 januari 2007 in werking onder gelijktijdige intrekking van de Reïntegratieverordening Wet Werk en Bijstand gemeente Ridderkerk 2004.
Artikel 10 inzake de Participatiebanen treedt pas in werking op de dag nadat de betreffende wetgeving in de Staatscourant is gepubliceerd.
Ridderkerk, 14 december 2006
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
JWS/362 Toelichting algemeen
Inleiding
Volgens de WWB krijgen B en W de opdracht voor de reïntegratie van bijstandsgerechtigden, nuggers en Anw-ers. De WWB draagt aan de gemeenteraad op om een verordening vast te stellen waarin het beleid van de gemeente ten aanzien van haar reïntegratietaak wordt neergelegd. Tevens wordt hierin de aanspraak van burgers op ondersteuning bij reïntegratie geregeld.
De basis voor de verordening is neergelegd in de artikel 8, eerste lid onder a en tweede lid en artikel 10 eerste en tweede lid:
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a:
De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a.
Artikel 8, tweede lid:
De regels, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hebben in ieder geval betrekking op de evenwichtige aandacht voor de in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, genoemde groepen, alsmede voor de verschillende doelgroepen daarbinnen, en de wijze waarop rekening wordt gehouden met zorgtaken.
Artikel 10 lid 1en 2:
1. Personen die algemene bijstand ontvangen, personen met een nabestaanden-of halfwezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet en niet-uitkeringsgerechtigden hebben, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op personen die vanwege een voorziening gericht op arbeidsinschakeling niet tot een van de groepen, bedoeld in het eerste lid, behoren.
Naast deze wettelijke basis valt uit de memorie van toelichting af te leiden welke zaken in of via de verordening geregeld moeten of kunnen worden:
De aanspraak van de doelgroepen op ondersteuning door de gemeente; -het beleid ten aanzien van de diverse doelgroepen en subdoelgroepen; -het beleid ten aanzien van de combinatie van werk en zorgtaken;
De beschikbaarheid van financiële middelen.
Het beleid wordt op een aantal niveaus geregeld:
In het meerjarenbeleidsprogramma, dat ook door de raad vastgesteld wordt. Naast algemene uitgangspunten kunnen hierin ook onderwerpen aan de orde komen als het inkoop- en aanbestedingsbeleid en de afstemming met andere beleidsterreinen als onderwijs, zorg en economie.
In beleidsregels, welke door het college van BenW vastgesteld worden. Het voordeel van het regelen in beleidsregels is, dat hiermee flexibeler kan worden omgegaan. Deze figuur geeft aan het college ook meer mogelijkheden in individuele gevallen af te wijken.
Deze verordening is volgens de volgende systematiek opgebouwd:
Allereerst een raamwerk van artikelen dat de basis vormt van de verordening: de artikelen 1 tot en met 7 en 18 tot en met 19. Hierin zijn de opdracht aan het college, de aanspraak, verplichtingen.
De artikelen 8 tot en met 17 gaan over specifieke voorzieningen. In artikel 8 zijn algemene bepalingen over voorzieningen opgenomen, die het raamwerk bieden dat geldt indien er niets ten aanzien van een specifieke voorziening is bepaald.
De artikelen over de specifieke voorzieningen kennen het volgende stramien:
elk artikel begint met het aanduiden van de aanwezigheid van een voorzieningen
een delegatiebepaling waarin de bevoegdheid voor het college om nadere regels te stellen wordt vastgelegd.
de mogelijkheid dat daarbij in ieder geval aandacht besteed wordt aan…
de artikelen kunnen naar behoefte aangevuld worden met criteria die de gemeenteraad in de verordening vast wenst te leggen.
Doelgroepenbeleid
Voor een aantal doelgroepen is specifiek beleid geformuleerd ten aanzien van de vraag in welke omvang en vorm reïntegratie-inspanningen zullen worden geleverd.De gemeente geeft aan een aantal doelgroepen prioriteit bij het inzetten van reïntegratieinstrumenten.
De eerste doelgroep is de groep alleenstaande ouders met kinderen, voor deze groep geldt dat per individueel geval dient te worden beoordeeld in welke mate er sprake is van enerzijds de noodzaak en de wens tot het verzorgen van de kinderen en anderzijds de mogelijkheden voor inschakeling op de arbeidsmarkt. Uitgangspunt voor de groep alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar is dat wanneer de alleenstaande ouder aangeeft de zorg voor de kinderen te willen laten prevaleren, deze wens in principe zal worden gehonoreerd. Er zal dan geen traject gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden. Deze beslissing zal elke 6 maanden met de klant worden geëvalueerd. Voor alleenstaande ouders met zorgtaken voor ernstig lichamelijk en/of geestelijk gehandicapte kinderen in de leeftijd tot 18 jaar geldt dat zij, wanneer zij aangeven de zorgtaken zelf te willen vervullen, vrijgesteld worden van de arbeidsverplichting. Deze ontheffing van de arbeidsverplichting zal elke 6 maanden met de klant worden geëvalueerd.
De tweede doelgroep waaraan prioriteit wordt gegeven is de groep jongeren in de leeftijd van 18 tot 23 jaar, zonder afgeronde opleiding. Deze jongeren zullen het eerste half jaar intensief worden begeleid en worden gestimuleerd om zo snel mogelijk regulier werk te vinden, waarbij uitgegaan wordt van het begrip algemeen geaccepteerde arbeid.. Na een half jaar kan alsnog een reïntegratietraject worden gestart. Het aanbieden van een gesubsidieerd dienstverband komt pas aan de orde als de jongere aan de algemene criteria hiervoor voldoet.
Geen prioriteit wordt gegeven aan de volgende groepen:
De eerste groep is de groep klanten van 57,5 jaar en ouder. Volgens de WWB is deze groep arbeidsplichtig en per klant zal moeten worden beoordeeld in hoeverre er daadwerkelijk mogelijkheden zijn voor inschakeling op de arbeidsmarkt. Voor het geval deze mogelijkheden er niet zijn zal moeten worden beoordeeld welke andere mogelijkheden voor activering er zijn, bijvoorbeeld in het vrijwilligerswerk. Uitgangspunt is dat personen die tot deze groep behoren, slechts actief worden benaderd wanneer er mogelijkheden zijn tot arbeidsparticipatie.
De tweede groep bestaat uit mensen die geen WWB-uitkering ontvangen. Als zij zich melden is de gemeente verplicht hen ondersteuning aan te bieden. De gemeente biedt hen een beperkt traject, maar betaalt scholing op maximaal MBO niveau wanneer er sprake is van een inkomen onder 2x het wettelijk minimumloom per huishouden. Met betrokkene wordt een contract aangegaan, waarin de verplichtingen worden vastgelegd. Bij verwijtbaar handelen dat leidt tot beëindiging van de opleiding, zullen de door de gemeente gemaakte kosten worden teruggevorderd.
Staatssteun
Ondanks het feit dat gemeenten beleidsvrijheid hebben met betrekking tot de inrichting van het reïntegratiebeleid, worden zij toch gebonden aan de regels die de Europese Unie stelt. Dit betreft onder meer het onderwerp staatssteun, hetgeen is neergelegd in de Verordening Werkgelegenheidssteun (Nr. 2204/2002) en de Verordening de minimis-steun (Verordening (EG) Nr. 69/2001).
Relatie met andere verordeningen
De WWB geeft de gemeenteraad ook opdracht om verordeningen vast te stellen op een tweetal terreinen, die een relatie hebben met de reïntegratieverordening: afstemming en cliëntenparticipatie.
Afstemmingverordening
De WWB vraagt tevens aan gemeenten een verordening op te stellen waarin het samenstel van de rechten en plichten van de cliënt wordt geregeld.
Verordening cliëntenparticipatie
De WWB geeft aan de gemeenteraad tevens de opdracht een verordening cliëntenparticipatie op te stellen. In de reïntegratieverordening is opgenomen dat bij de vaststelling van het meerjarenbeleidsplan het Klantenplatform wordt betrokken.
Artikelsgewijze toelichting
Paragraaf 4
Artikel 19
Inwerkingtreding
Onderdeel van Reïntegratieverordening wet werk en bijstand gemeente Ridderkerk 2007