Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 5.1 lid
1 onder c juncto 1 tot en met 3 en artikel 5.1 lid 1 onder d van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de huurprijs van de goedkoopst-adequate voorziening inclusief onderhoud en reparatie zoals dat door het college aan de leverancier wordt betaald.
HOOFDSTUK 5.
Artikel 22
PGB voor scootmobiel of overige vervoermiddelen
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning