Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.1.

Vormen van hulp bij het huishouden

Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Ridderkerk 2006

Dit artikel bepaalt dat het college hulp bij het huishouden moet verstrekken die kan bestaan uit een voorziening in natura of uit een pgb voor deze voorziening. De definitie van hulp bij het huishouden is opgenomen in artikel 1, onder t. Concreet betekent dit dat de definitie van hulp bij het huishouden gericht is op: Activiteiten om het huishouden en het gezin ‘draaiende’ te houden. Het kan hierbij gaan om het overnemen van taken of begeleiden ervan; De organisatie van het huishouden in verband met chronische ziekte of beperkingen; Het verzorgen en opvangen van jonge kinderen in verband met uitval van de primaire verzorger(s) en afwezigheid van informele zorg. Het gaat primair om het ondersteunen of overnemen van taken. In beperkte mate kan begeleiding deel uitmaken van hulp bij het huishouden. Dan gaat het om personen die in nauwe samenhang met hulp bij het huishouden enige ondersteuning nodig hebben zodat ze gestimuleerd worden activiteiten uit te voeren. Hulp bij het huishouden is dus gericht op motiveren, aansturen, instrueren, ondersteunen bij of overnemen van huishoudelijke taken in relatie tot (dreigend) disfunctioneren van het huishouden, de veiligheid van en de regie over het huishouden. Het gaat daarbij heeft praktisch om: het verzorgen van de aanwezige hulpbehoevende personen (kinderen); het zorgen voor eten en drinken: aanschaffen van voedingsmiddelen, bereiden en tot zich doen nemen van voeding en drinken, afvoeren van vuilnis; de essentiële hygiëne van de huishouding: schone bedden, kleding, sanitair, vloeren, stofzuigen en dweilen; verzorgen van dieren en planten; incidentele werkzaamheden als het schoonhouden van ramen, kasten enz.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel