Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.14.

Kosten in verband met huurderving

Onderdeel van Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Ridderkerk 2006

De grens voor het toepassen van deze regeling is neergelegd bij het bedrag dat gehanteerd wordt bij de afweging wel of niet verhuizen. Hiermee wordt bereikt dat de regeling zich alleen richt op woningen waarin substantiële aanpassingen zijn verricht. Door de eigenaar van de woning een pgb in de gederfde huurinkomsten te verlenen kan bevorderd worden dat de aangepaste woonruimte beschikbaar blijft voor aanvragers.. Een algemene termijn die redelijk geacht kan worden is zes maanden. In de exploitatie van een woning wordt rekening gehouden met een bepaald percentage huurderving. Om deze reden is het te verantwoorden dat de verhuurder het normale risico van leegstand loopt. De eerste maand dat de woning leeg staat mag dit als normaal beschouwd worden. Het pgb is afhankelijk van het werkelijke huurbedrag. Daarmee bestaat er een relatie met het huurtoeslagbeleid. Nadere regels staan in het Besluit.

Rechtspraak bij dit artikel