**1..** Indien het verstrekken van subsidie bij de subsidieontvanger heeft geleid tot vermogensvorming bepaalt het college de hoogte van de daarvoor aan het college verschuldigde vergoeding.
**2..** Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de zaken en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst door de subsidieontvanger van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van zaken wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen.
**3..** Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een onafhankelijke deskundige.
**4..** De vergoeding is maximaal niet hoger dan het totale subsidiebedrag dat het college aan de subsidieontvanger heeft verstrekt.
**5..** De subsidieontvanger kan een egalisatiereserve vormen tot ten hoogste tien procent van de subsidie over het betreffende jaar.
Hoofdstuk 1.
Artikel 4.
Vergoeding vermogenswaarden en vorming egalisatiereserve
Onderdeel van Algemene subsidieverordening 2006